Wat zie je vanaf zee tussen Palamós en Begur: vuurtorens, kastelen en torens
Tussen Palamós en Begur herbergt de kust meer dan 2.500 jaar geschiedenis, en veel daarvan zie je het best vanaf het water: Iberische nederzettingen op de kapen, een middeleeuws kasteel dat een boerderij werd, wachttorens tegen piraten en vuurtorens die zeevaarders nog altijd de weg wijzen. Dit is de route van zuid naar noord, zoals je hem tegenkomt als je Port Marina Palamós uitvaart.
De route, van zuid naar noord
Palamós en de vuurtoren van de Punta del Molí
Als je de haven uitvaart, passeer je de vuurtoren van Palamós, die van de Punta del Molí heet omdat hij vroeger op een afgelegen plek bij een windmolen stond; tegenwoordig ligt hij midden in de stad. In 1277 kocht koning Peter II de Grote het kasteel van Sant Esteve de Mar met het bijbehorende grondgebied, en stichtte hij hier de haven en het stadje.
Het kasteel van Sant Esteve de Mar
Als je de punt rondt, verschijnt La Fosca en, op de klif die het strand scheidt van Cala s’Alguer, wat er over is van het kasteel. Het wordt voor het eerst vermeld in 1063, al lagen er daarvoor een Romeinse villa en een Iberische nederzetting. In de 15e eeuw werd het tijdens de remença-oorlog (een Catalaanse boerenopstand) grotendeels verwoest, en tussen de 16e en de 17e eeuw werd met een deel van de muren een masia (Catalaanse boerderij) gebouwd, die ook diende om uit te kijken naar naderende piraten.
De vissershuisjes van Cala s’Alguer
De vissershuisjes van s’Alguer, uitgeroepen tot Bien Cultural de Interés Nacional (beschermd nationaal cultureel erfgoed), maken van deze baai een van de bijzonderste van de kust, volgens de officiële havengids. We beschrijven hem in de baaienroute vanuit Palamós.
De Iberische nederzetting van Castell
Op de landtong die het strand van Castell aan de noordkant afsluit, liggen de resten van een nederzetting van de Indigeten. Die begon rond de 6e eeuw voor Christus met een paar hutten, beleefde haar bloeitijd in de 4e en 3e eeuw v.Chr. als versterkte nederzetting met huizen op terrassen, en werd vanaf de 1e eeuw na Christus verlaten. Ook zij is Bien Cultural de Interés Nacional.
Cap Roig en zijn tuinen
Voorbij Castell begint het beschermde gebied Castell–Cap Roig, met roodachtige kliffen en pijnbomen. Boven op Cap Roig liggen het kasteel en de tuinen die de Russische kolonel Nicolai Woevodsky en de Engelse aristocrate Dorothy Webster in 1927 begonnen aan te leggen: zo’n 20 hectare met ongeveer 800 plantensoorten, die nu worden onderhouden door de Fundació «la Caixa» en waar elke zomer het Festival de Cap Roig plaatsvindt.
De Illes Formigues en hun vuurtoren
Op iets minder dan een mijl uit de kust, tegenover de punten van Castell en Cap de Planes, steken vier eilandjes en twaalf klippen met nauwelijks begroeiing boven het water uit. Op de Formiga Gran staat een vuurtoren met witte flitsen die volgens de havengids zes mijl ver reikt. Hier werd in 1285 de zeeslag bij de Formigues uitgevochten: de vloot van de Kroon van Aragón, onder bevel van Roger de Llúria, hield ’s nachts de Franse en Genuese vloot van Filips III van Frankrijk tegen. Volgens dezelfde gids staken ze vuren aan op de eilandjes om meer schepen te veinzen. Meer daarover in de tocht naar de Formigues.
Calella de Palafrugell en Les Voltes
Calella herken je meteen: boten op het zand, witte huizen en de kerktoren tussen rode daken. Tegenover het strand van Port Bo staan Les Voltes, vier witte gebouwen met arcaden die uitkijken op zee, waar de vissers hun vis veilden en hun netten herstelden. De wijk ontstond in de 18e eeuw en is uitgeroepen tot Bien Cultural de Interés Nacional.
Llafranc en het complex van Sant Sebastià
Llafranc, met zijn jachthaven, ligt beschut onder de kaap van Sant Sebastià. Boven op de kaap komen verschillende tijdperken samen:
- Een Iberische nederzetting van de Indigeten, bewoond tussen de 5e en de 2e eeuw voor Christus.
- Een wachttoren uit de 15e eeuw, zo’n 165 meter boven zee, gebouwd tegen kapers en piraten.
- Een kapel en een herberg uit het begin van de 18e eeuw, het resultaat van een gelofte van Palafrugell na de pest van 1650.
- De vuurtoren, in 1857 voor het eerst ontstoken. De gemeente Palafrugell noemt hem de krachtigste van de Catalaanse kust.
De route tot hier vind je in Calella en Llafranc per boot.
Tamariu en de Cova d’en Gispert
Voorbij de vuurtoren liggen er geen dorpen tot Tamariu, een kleine baai die door haar hoge noordoever beschut ligt tegen de tramontana (de noordenwind). Verder naar het noorden liggen Aigua Xelida, een spleet tussen rotswanden, en de Cova d’en Gispert, zo’n 150 meter lang en volgens de havengids de langste zeegrot van de Costa Brava; je bezoekt hem per kajak, niet per boot. Dit stuk beschrijven we in Palafrugell en Tamariu per boot.
Aiguablava en de Parador
Bij Aiguablava begint de kust van Begur. Op de klif van de Punta d’es Mut, tussen de pijnbomen en met uitzicht op het strand, ligt het Parador d’Aiguablava. Naast de baai heeft Fornells een kleine haven voor boten tot 5,5 meter.
Cap de Begur en het verborgen kasteel
De Cap de Begur, zo’n honderd meter hoog en met een antenne op de top, herken je van ver; de gids noemt hem, samen met de vuurtoren van Sant Sebastià, het belangrijkste oriëntatiepunt om dit stuk te bevaren. Het dorp Begur zie je daarentegen niet vanaf zee: het ligt op zo’n 200 meter hoogte, achter de heuvel met het kasteel, die het als verdediging tegen piraterij aan het zicht vanaf de kust onttrekt. Het kasteel, gedocumenteerd sinds de 11e eeuw, werd in 1468 en in 1694 door Franse troepen verwoest, en het weinige dat overbleef werd in 1810 opgeblazen, tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. De vijf verdedigingstorens uit de 16e en 17e eeuw die het dorp nog heeft, zie je alleen als je over land naar boven gaat. De baaien in de omgeving vind je in Begur per boot.
Afstanden, vaartijden en boot
- Illes Formigues: zo’n 2,5 mijl.
- Llafranc: 4,5 mijl, volgens de havengids.
- Tamariu: zo’n 6 mijl.
- Aiguablava: zo’n 7,3 mijl.
Met een motorboot, met 15–20 knopen, ben je zonder stops in zo’n 20–30 minuten in Aiguablava; met stops is het een plan voor een hele dag. Met een llaüt, met 5–6 knopen, ben je alleen al voor de heenweg bijna anderhalf uur onderweg.
Om tot Begur te varen, kun je de Nuva M6 Open (8 personen, 150 pk) besturen met de Licencia de Navegación (het Spaanse basisvaarbewijs), vanaf € 362 per dag; voor groepen tot 11 personen is er de Jeanneau Cap Camarat 9.0 CC, met of zonder schipper, vanaf € 764. Tot Calella is er een llaüt (traditionele Catalaanse houten boot) als de Majoni 30 «Capvesprol», brandstof inbegrepen, vanaf € 220. Prijzen per boot, inclusief btw, hoger in juli en augustus; bij motorboten is de brandstof meestal apart.
Sinds 1 oktober 2026 heb je minimaal de Licencia de Navegación nodig om zelf een huurboot te besturen, en sommige boten vragen meer. Heb je een vaarbewijs uit een ander land van de Europese Economische Ruimte of uit het Verenigd Koninkrijk, dan is dat meestal geldig; check het wel even bij ons voordat je reserveert. Zonder vaarbewijs ga je met een schipper.
Veelgestelde vragen
Kun je aan land gaan om de monumenten te bekijken?
Meestal bekijk je ze vanaf het water en ga je zwemmen terwijl je voor anker ligt op zand, nooit op Posidonia-zeegras. De monumenten bezoek je beter over land. Willen jullie aan land gaan, vraag het ons dan vooraf.
Kan het met een llaüt?
Tot Calella en Llafranc wel: iets minder dan een uur per enkele reis. Tot Begur ben je bijna de hele dag aan het varen.
Welke wind kun je beter vermijden?
Met tramontana en levante (oostenwind) is dit stuk ongemakkelijk. In de zomer steekt de garbí (een zuidwestelijke zeebries) meestal vanaf het middaguur op, en dan is de terugweg naar Palamós onrustiger dan de heenweg.
Vertel ons via de contactpagina op welke dag jullie willen varen en met hoeveel jullie zijn, dan stellen we een boot en een route voor.
